Nieuwe Zin

Uitgelicht

Weet jij al welke open dagen je gaat bezoeken?

November is meestal de maand waarop onderwijsinstellingen hun deuren openen voor studenten die ze in het komende studiejaar hopen te verwelkomen. Er wordt in deze periode druk campagne gevoerd door Mbo’s, Hbo’s en Universiteiten om jongeren te verleiden tot een keuze voor een bepaalde studie. Voor scholieren die het komende jaar een studiekeuze moeten maken is zo’n open dag een goede manier om kennis te maken met een bepaalde studie. Maar wat als je nog geen flauw idee hebt wat je wilt gaan studeren en dus niet weet welke open dagen je wilt bezoeken? Hoe pak je dan zoiets aan?

Je oriënteren op een vervolgopleiding kan nooit kwaad. „Zo kom je tot een gedegen keuze”, wordt studenten vaak voorgehouden door ouders en decanen. Tja, gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zeker als je kijkt naar het overweldigend aantal studies wat we hebben in Nederland. Ondanks de vaak goede begeleiding in de laatste klassen van het voortgezet onderwijs slaagt een aanzienlijk deel van de scholieren er niet in om een passende studiekeuze te maken (ruim 30% van de studenten stopt in het eerste jaar van de gekozen studie en in het tweede jaar ligt dat percentage tussen de 30 en 35%). Ook blijkt uit onderzoek dat 40% van de studenten vindt dat ze onvoldoende hebben nagedacht over hun studiekeuze. Nu studeren, met de komst van het leenstelsel, steeds duurder wordt, is het belangrijk uitgebreid te onderzoeken welke studiekeuze het meest ‘passend’ is.

Welke bijdrage kan het bezoeken van open dagen dan leveren aan jongeren die twijfelen over hun studiekeuze? Als ik met jonge mensen in gesprek ben over het maken van een studiekeuze, dan geven zij aan dat ze de open dagen en de zogenaamde ‘meeloopdagen’ als heel prettig ervaren. Ze kunnen in gesprek gaan met docenten, studenten en ‘de sfeer proeven’. Toch bezoeken de meeste jongeren vaak maar één of twee open dagen, en vaak niet goed voorbereid. Zo krijgen ze een ietwat ‘opgepoetst’ beeld van de studie en het beroep. Het kan zeker helpen om zoveel mogelijk open dagen te bezoeken en tijdens zo’n bezoek kritische vragen te stellen (vragen met betrekking tot bv. toelatingseisen, vrijstellingen, begeleiding bij stage en studie, kansen op de arbeidsmarkt, uitval, ‘struikelvakken’, bindend studieadvies etc.). Daarnaast is het verstandig om in gesprek te gaan met studenten die al een keer hebben gekozen voor een bepaalde opleiding. Studenten die bijvoorbeeld al bijna klaar zijn met de studie. Zij kunnen veel waardevolle informatie geven. Ze kunnen je inspireren, maar ook voor eventuele fouten behoeden.

Maar dan nog blijft het vinden van een passende studie na het voortgezet onderwijs niet eenvoudig. Uiteraard is er ook een belangrijke taak voor ouders weggelegd. Zij staan immers dicht bij hun kinderen en maken ze dagelijks mee. Ouders kunnen zeker een bijdrage leveren in het keuzeproces. Ook zij zijn een belangrijke informatiebron. Een belangrijke vraag blijft in dit verhaal echter onbeantwoord; de meeste scholieren maken, ondanks alle goede voorlichting en tips, een keuze die ‘aanbodgericht’ is. Met andere woorden: wat valt er allemaal te kiezen? Maar het is minstens zo belangrijk om jezelf goed te leren kennen. Je kunt dan niet om vragen heen als: onder welke omstandigheden functioneer ik goed, welke onderwerpen interesseren me van nature, waar ligt mijn passie en wat zijn mijn drijfveren? Kortom: hoe krijg ik nu zicht op mijn eigen kompas en mijn eigen kracht?

Het is in mijn ogen niet overdreven om te stellen dat het goed onderzoeken waar nu je kracht en motivatie ligt een waardevolle levensles is. Een les waar jongeren nog lang profijt van zullen hebben. Ik denk dan ook dat we met de invoering van het leenstelsel jonge mensen nog beter mogen en móeten begeleiden bij het maken van een goede studiekeuze.






















blog comments powered by Disqus
© 2016 - 2017 | Alle rechten voorbehouden aan NieuweZin te Dalfsen